Azië,  Sri Lanka

De culturele driehoek van Sri Lanka met twee kinderen

Om half zes ’s morgens landen we in Colombo. In de aankomsthal hangt de warmte al, buiten staat een chauffeur van het hotel met een bordje waarop onze naam staat, en een uur later liggen we in bed. Zo begint onze eerste week in de culturele driehoek van Sri Lanka, met Charlotte, Lieze en Nelle. Zes dagen later staan we op blote voeten boven op de rots van Mihintale. Daartussen zitten een vismarkt die we sneller verlieten dan gepland, vijf grottempels, een leeuwenrots en een aap achter het stuur van een tuktuk.

Half zes ’s morgens in Colombo

De bagage laat op zich wachten, de douane gaat vlot, en dan rijden we in het donker naar Wayikkal, net ten noorden van Negombo. Puetz Travels Beach Resort wordt gerund door Markus, een vriendelijke Duitser met twee honden die overal meelopen. Rustig domein, mooi zwembad. We checken meteen in en doen een dutje.

Rond tien uur ontbijten we: toast, een eitje, fruit. Daarna gaan we opnieuw slapen, want de jetlag laat zich voelen. De namiddag verdwijnt in het zwembad en in een wandeling over het domein. ’s Avonds eten we in het hotelrestaurant verse vis in broodkruim, met puree, patatjes en groenten, en daarna spelen we nog een spelletje. Nelle heeft haar fototoestel al bovengehaald. Ze wil olifanten zien.

Zwembad van ons hotel bij Negombo, eerste dag in de culturele driehoek van Sri Lanka.

De vismarkt van Negombo, en waarom we er niet lang bleven

Negombo ligt op twintig minuten tot een half uur rijden. Op de markt ligt verse vis, en op het strand erachter ligt vis te drogen in de zon. Je ruikt het van ver. Proper is het niet, mooi ook niet, en we hebben het snel gezien.

De rest van de voormiddag is aangenamer. We wandelen wat rond, drinken iets, kijken naar de boten en eten een stuk pizza. Nog een paar boodschappen, en dan terug naar het hotel, waar de kinderen de namiddag in het water doorbrengen. Die avond blijft het bij toast met confituur op de kamer. Reizen met jetlag is ook gewoon vroeg gaan slapen.

Vismarkt van Negombo met drogende vis op het strand.

Vijf grotten onder een overhangende rots: de Golden Temple of Dambulla

We vertrekken om half tien richting Sigiriya. Ons hotel ligt niet in Sigiriya of Dambulla zelf, maar we zijn er vroeg genoeg om na de check-in nog een taxi te nemen naar de Golden Temple of Dambulla.

Vijf grottempels liggen daar onder een overhangende rots, boven op een berg. De gids raadt aan om achteraan te beginnen en terug te werken, en dat is een goede tip: zo eindig je niet bij de kleinste. Grot twee is de mooiste en het fijnst uitgehouwen. Het complex staat als Rangiri Dambulla Cave Temple op de werelderfgoedlijst van UNESCO, met muurschilderingen over ruim tweeduizend vierkante meter.

Aan de andere kant dalen we af naar een museum met daarbovenop de grote gouden boeddha. Op het bord staat dat dit de grootste ter wereld is. Dat klopt niet. Hij is ongeveer dertig meter hoog, en de grootste is de Spring Temple Buddha in China, met ongeveer honderdachtentwintig meter. Een mens mag ook eens iets natrekken.

’s Avonds eten we in Sundaras Jungle Restaurant. Charlotte en ik nemen hetzelfde gerecht, zij zoetzuur en ik pikant. De kinderen zijn vooral onder de indruk van de milkshake met chocolade-ijs en extra chocoladesaus, en krijgen op het einde nog een lava cake met een bolletje ijs.

Boeddhabeelden in grot van de Golden Temple of Dambulla.

Sigiriya: tussen de leeuwenpoten naar boven

De volgende ochtend brengt een taxi van het hotel ons naar Sigiriya. Het ticket koop je in het museum, dat zelf een klein doolhof is, en daarna moet je de ingang nog zien te vinden.

Eerst lopen we door de tuinen, langs grachten, vijvers en fonteinen. De waterstand is laag, het heeft lang niet geregend. Nelle is superblij, want overal spelen apen en ze fotografeert er de hele tijd op los. Dat kennen we van haar: in Nieuw-Zeeland liepen onze mini-paparazzi er ook al mee rond.

Dan beginnen de trappen. Ze klimmen langs de rotswand omhoog tot bij het plateau met de twee reusachtige leeuwenpoten, waar de laatste trap tussendoor naar de top gaat. Boven staat er harde wind. Van het paleiscomplex, ongeveer anderhalve hectare groot, staan enkel nog de fundamenten. Het uitzicht maakt dat ruimschoots goed.

Op de afdaling passeren we de fresco’s, de Sigiriya-jonkvrouwen, geschilderd op kalk. Fotograferen mag daar niet, dus die moet je zelf gaan bekijken. Daarna gaat het via de wenteltrap naar beneden. Lieze heeft alles zelf gestapt, tot boven, voor het zicht en voor de fresco’s. De rots staat als Ancient City of Sigiriya op de UNESCO-lijst. We lunchen achteraf in Thistle Cafe, een tip van vrienden die er eerder waren, en die tip klopte.

Sigiriya met de lion rock.

Aukana, een staande boeddha uit een stuk rots

Op weg naar Anuradhapura stoppen we bij Aukana. De staande boeddha daar is uit een enkel stuk uit de rots gehouwen: 11,84 meter zonder sokkel, ruim veertien meter met sokkel. Er staat een tempeltje bij. Lang hoef je er niet te blijven, maar je moet er wel even naast gaan staan om te beseffen hoe groot dat is.

De staande boeddha van Aukana, bijna twaalf meter hoog.

Een zaterdag per tuktuk door Anuradhapura

We slapen in Village Avenue Resort en eten die avond in het centrum, in Kings Town Restaurant, aan het water. Charlotte neemt de coconut prawns en geniet daar zichtbaar van. Onze ober heet Sandaru en zorgt ervoor dat we het ons herinneren.

De dag erna huren we via het hotel een tuktuk met chauffeur, voor achtduizend roepies voor de hele dag. We beginnen bij de heilige boom in de stad en rijden daarna van site naar site. Stupa’s, liggende en staande boeddha’s, en de resten van een stad die volgens UNESCO ongeveer dertienhonderd jaar hoofdstad is geweest.

Het is zaterdag, en veel mensen hebben vrij. Overal zien we gezinnen in witte kleren die offers brengen: bloemen, voedsel, wierook. Er wordt niets uitgelegd en wij hebben ook niets gevraagd, dus we kijken van op afstand toe. Achteraf is dat het beeld dat het meest is blijven hangen, meer nog dan de stupa’s zelf.

Rond de middag stoppen we om te eten, daarna doen we nog een paar sites. We keren iets vroeger terug naar het hotel, waardoor de zonsondergang aan Tissa Wewa er niet meer van komt. Geen ramp. Het zwembad was ook goed.

De stand van die dag: nog altijd geen olifant. Wel veel apen en verschillende eekhoorns, en op een van de sites zit er een aap achter het stuur van een tuktuk. Daar bestaat een foto van, en die zal Nelle je met plezier laten zien.

Poseren in de tuktuk tijdens onze verkenning van Anuradhapura.

Mihintale op blote voeten

Op de dag dat we naar de oostkust rijden, stoppen we bij Mihintale, een halfuur van Anuradhapura. Witte stupa’s, boeddhabeelden en een rots die je kan beklimmen. Alles op blote voeten, en daar zit de moeilijkheid: het zand is heet en er liggen steentjes.

Het laatste stuk omhoog is echt klimmen en klauteren. Er staat een wachtrij van mensen die er moeilijk raken. Lieze en Nelle gaan er vlot langs, naar boven en weer naar beneden, en kijken dan om waarom de rest zo lang doet. Dat hadden we ook al gemerkt tijdens onze trekking in de Vogezen. Kinderen kunnen meer dan je denkt.

Vanaf het terras voor een van de stupa’s zie je alle bezienswaardigheden van Anuradhapura liggen. Net als we naar de grotere stupa’s vertrekken, komt er een kleine processie langs: iemand op een fluit, twee trommelaars in traditionele kledij, en een offer dat vooruit wordt gedragen. Het duurt een minuut en dan is het voorbij.

Daarna rijden we door naar Nilaveli. Van de tempels naar de zee.

Praktisch

Alles hieronder is het prijspeil van juli 2026, betaald in Sri Lankaanse roepies.

  • Puetz Travels Beach Resort in Wayikkal, twee nachten. Rustig domein met een mooi zwembad, gerund door Markus. Een goede plek om de jetlag uit te zitten.
  • Naturaliza bij Sigiriya, twee nachten in twee aparte kamers. Rustig en met zwembad, maar het ligt niet in Sigiriya of Dambulla zelf en het viel ons wat tegen.
  • Village Avenue Resort in Anuradhapura, twee nachten. Vier kleine kamers, mooi zwembad, rustig.
  • Tuktuk met chauffeur voor een volledige dag in Anuradhapura: 8.000 roepies, geboekt via de receptie van het hotel.
  • Tickets voor Sigiriya, Dambulla en Anuradhapura koop je ter plaatse. De prijzen staan in dollar, je betaalt in roepies, en ze wijzigen geregeld.

Vervoer regel je het makkelijkst via de receptie van je hotel. Onderhandelen mag en het helpt. Betalen doe je bijna overal cash, want kaartbetaling lukt vaak niet, en geld afhalen kan al op de luchthaven.

Voor tempels heb je bedekte schouders en knieen nodig. Een sjaal of een lichte lange broek in je dagrugzak volstaat. Schoenen gaan uit bij elke tempel, en midden op de dag zijn de stenen en het zand behoorlijk heet. Denk daaraan bij Mihintale, waar je een heel eind op blote voeten stapt.

Nog iets om te weten: vanaf twaalf jaar betaal je bij veel sites het volwassenentarief, en leeftijden worden niet gecontroleerd.

In de volgende post trekken we naar de oostkust, naar Nilaveli en Pasikuda, waar de kinderen voor het eerst gaan snorkelen en waar we ontdekken dat het bekendste eiland niet altijd het mooiste koraal heeft.

Translate »